Lengtebuiging!

Onmisbaar in het paardrijden maar voor veel combinaties ook erg moeilijk. Wat is lengtebuiging nu precies en hoe krijg je het voor elkaar? In deze Fair Play blog zet ik enkele veel gemaakte fouten op een rij en geef ik tips om de lengtebuiging te verbeteren.

Lengtebuiging is de buiging van het hoofd tot de staart. De lijn die je rijdt moet precies tussen de oren, voor- en achterbenen blijven. Zo heb je altijd precies de goede buiging en loopt het paard met zijn achterbenen in hetzelfde spoor als zijn voorbenen.

Het verschil met stelling is dat stelling alleen de buiging in de nek en eventueel in de hals is en lengtebuiging is de buiging door het hele lijf. Stelling kan zonder lengtebuiging maar lengtebuiging kan niet zonder stelling.

Teveel stelling en paard valt over de schouder

Een veel voorkomende fout is dat de ruiter wel buiging in de hals heeft maar niet door het lijf. De hals komt (teveel) naar binnen en de schouders draaien rechtdoor of naar buiten. Oftewel, het paard loopt met zijn hoofd links van de lijn en met zijn benen rechts van de lijn.

Oplossing:

Hak de lengtebuiging in stukjes, ga door het hele lijf heen en rij de buiging (anders dan de impuls) vanaf de voorkant naar de achterkant van je paard.

Begin op een volte en bedenk goed welke lijn je wilt rijden want als jij het niet weet dan weet je paard het zeker niet en heb je niet goed in de gaten wat er gebeurt.

Controleer eerst de stelling. Is de maantop van je paard op de lijn waar je heen gaat, zie je de lijn tussen de oren? Zijn de puntjes van de oren op gelijke hoogte en buigen de oren en neus dus evenveel mee?

Als je stelling hebt wil je de rest van de hals ook op die lijn. Het helpt soms om naar de manenkam te kijken. Die wil je op je lijn te houden.

Vervolgens zet je de schoft en schouders op diezelfde lijn. Stuur met twee handen de schouders naar binnen en zorg er met je benen voor dat hij toch op het lijntje blijft dat je wilt rijden. Je binnenbeen ligt op de singel en je buitenbeen iets terug zodat je paard met zijn lijf om je binnenbeen gaat buigen.

Als je de maantop en manenkam op de lijn kunt houden en het hoofd is toch tussen de schouders, controleer dan of je dat ook een aantal passen zonder druk lukt.  Verandert er niets, dan is het gelukt!

In een wending leg je je buitenbeen iets terug zodat de achterhand ook op het lijntje blijft, tot aan de staart. Vraag eventueel of iemand met je mee kijkt als je het niet goed voelt.

Kantelen

Kantelen gebeurt wanneer de neus naar de ene kant buigt en de oren naar de andere kant. De puntjes van de oren moeten altijd op dezelfde hoogte zijn anders kantelt je paard. Een paard kantelt om de druk op één teugel te verlichten. Dat kan komen doordat je zelf teveel aan die teugel vast blijft houden. Je hulp komt niet genoeg door waardoor je te weinig ontspant of je bent bang dat wanneer je ontspant je de stelling verliest.

Oplossing:

Bedenk eerst goed welke stelling je wilt. Waar wil je de maantop plaatsen? Vraag het hoofd van je paard daar met een ophouding aan die kant naar toe, sta je andere teugel zachtjes iets toe door wat te openen, te ‘ademen’ in de vingers want je paard kan maar één kant tegelijk op kijken.

Je wilt binnen 2 passen resultaat, krijg je dat niet dan gaat de hulp mis en krijg je na 20 passen nog steeds geen reactie op die hulp. Maak hem dus duidelijker en zodra je wel resultaat hebt ontspan je direct. Controleer door je hand eens overdreven naar voor te steken of je paard het zelf doet of dat je toch stiekem je paard bleef ondersteunen.

Als dat lukt zowel naar links als naar rechts dan probeer je de neus recht onder de oren te krijgen in diezelfde oefening. Het is misschien even puzzelen maar uiteindelijk ontspant je paard achter zijn kaak en komen de oortjes op gelijke hoogte, ook in de buiging.

Stijfheid

Hoe scherper de wending hoe meer lengtebuiging je nodig hebt maar dan moet je paard wel lenig genoeg zijn. Als je paard ergens blokkades of stijfheid heeft dan zal hij dat proberen te compenseren door ergens buiten de lijn te zwaaien.

Oplossing:

Door bewust aan de lengtebuiging te werken maak je je paard al leniger. Doe je dat tijdens oefeningen dan heeft het nog meer effect.

Probeer eens stelling te vragen terwijl je rechtdoor op de tweede hoefslag rijdt. Doe dat zowel naar links als naar rechts en overdrijf ook eens. Met je binnenbeen voorkom je dat je paard naar binnen loopt. Controleer altijd of je binnen 2 passen reactie krijgt en je dat minimaal 5 passen vol kan houden zonder iets te hoeven doen. Doet je paard het omdat je het gevraagd hebt of omdat je hem blijft helpen? Dit kun je ook controleren door te überstreichen, steek je armen naar voren en verbreek een paar passen de verbinding om te checken of je paard in balans door blijft gaan.

 

 

Let goed op dat je echt met je binnenbeen terug duwt als je paard van de lijn afwijkt in plaats van met je teugels anders onderbreek je de hulp op het verkeerde moment en stuur je de schouders juist terug naar buiten. De richting van jouw handen bepaald de richting van de schouders.

Schoudervoor- of binnenwaarts en travers zijn ook hele goede oefeningen voor meer lenigheid. Net als de volte vergroten, verkleinen, slangevoltes of voltes 10 meter afgewisseld met rechte lijnen.

Ook aan de hand kun je aan de lengtebuiging werken maar daar binnenkort meer over in een andere blog 😉

Liefs Solvej

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.