Het belang van voorwaartse drang!

Foto: Kimberly Duchateau Photograpy

Wat is er nou mooier dan een paard enthousiast door de wei te zien rennen? Van halt naar rengalop en -oké hier knijp ik mijn ogen meestal even dicht- vlak voor het hek weer in stilstand. De staart in de lucht, neusgaten wijd open en oren gespitst. Een paard is gemaakt om te gáán!

En toch zie je heel veel paarden die zich inhouden, meestal doordat de ruiter hem dat (onbewuat) heeft aangeleerd. Zonde want zo haal je niet alleen de expressie eruit maar zo wordt je paard ook stijf. Zie het als een machine waarvan de tandwieltjes steeds stroever gaan draaien. Tot er echte blokkades ontstaan en het paard zelfs in verzet gaat omdat hij de vraag van de ruiter gewoonweg niet meer uit kán voeren.

Veel paarden die ik krijg om te corrigeren maar ook de meeste leerlingen die bij me komen lessen lopen dan ook tegen hetzelfde probleem aan. Het paard heeft te weinig voorwaartse drang. Het willen gáán is eruit. Vaak doordat de ruiter teveel heeft ingewerkt met de hand(rem). En zeker niet altijd expres, want als je het fijner en zachter kan dan zou je dat natuurlijk ook doen.

De kunst is wel om het weer op te lossen. Hoe doe je dat nou? Hieronder geef ik een paar tips om een goed begin te maken.


Tip 1: Ontspan!


Wat meestal als eerste opvalt is dat ruiters onbewust harder zijn gaan werken dan hun paard en daardoor in een neerwaartse spiraal terecht zijn gekomen. De ruiter duwt vaak met het hele lijf mee om het paard in beweging te krijgen en te houden. Maar behalve dat het er niet prettig uitziet en het zeker ook niet prettig voelt bereik je er ook niks mee.

De vaak klemmende billen en (boven)benen zorgen ervoor dat de tandwieltjes van de romp niet meer kunnen draaien en de energie dus stopt achter het zadel.

De druk van de onderbenen zorgen er daarbij voor dat het paard de hulp helemaal niet meer voelt want de hulp is constant aanwezig en dus krijgen de hersens van het paard geen prikkel meer binnen.

Het moeilijkste maar belangrijkste is om eerst zelf ontspannen en rustig te gaan zitten. Je wilt één keer heel kort en zachtjes gas geven met je kuit zonder dat de rest van je lijf aanspant. Als je paard reageert ontspan je direct want hij moet leren dat hij op de “cruise control” vanzelf door gaat tot jij iets anders vraagt. Als je paard niet reageert herhaal je de hulp direct achter je zachte hulp duidelijk genoeg zodat hij wél reageert. Als hij reageert ontspan jij weer direct en doet helemaal niks. Gewoon lekker zitten, dat is al moeilijk zat 😉 Dat blijf je herhalen tot je paard heeft geleerd dat ontspanning betekent “Goed zo! Ga zo door!” zodat hij niet meer denkt “Als jij niks doet, dan doe ik ook niks”.


Tip 2: Handen vooruit! 


Foto: PicturePure

Met je handen heb je via de teugels en het bit eigenlijk de mondhoeken van het paard vast. Daar moet je dus ook met beleid mee omgaan. Het is een heel moeilijk stukje rijden, zeker bij paarden die te weinig voorwaarts denken of juist onder je uit willen lopen. Bij paarden die te traag zijn laten veel ruiters de teugels te los, vooral in overgangen naar voor, want dan wilt hij in ieder geval eventjes naar voren. In een later stadium, waar die paarden vaak al erg vast zijn gaan zitten werken ruiters juist teveel terug om het gewicht niet helemaal op de voorhand te laten vallen. 

Maar zolang je los gooit of terug blijft werken in de hand lopen de tandwieltjes in de schoft, schouder, hals, nek én kaak vast. Je paard voelt zich letterlijk verloren of geremd en verliest het vertrouwen in je hand.

Om dat op te lossen kun je denkbeeldig een bal tussen je handen houden en die over de manenkam van je paard naar voren rollen. Je wilt de bal niet laten vallen maar ook niet tegenhouden. Als je geen contact kunt houden met de mond(hoeken) van je paard en de hand dus niet kan laten volgen dan is je paard niet genoeg aan je been en ga je terug naar tip 1. 


Tip 3: Balans!


Ook het balans is heel belangrijk. Zolang je paard niet rechtop loopt kan hij niet op de goede manier voorwaarts. Vaak zie ik paarden die met hun romp naar links of naar rechts hangen. De benen zwaaien dan de andere kant uit en je merkt dat zo’n paard ook niet goed kan buigen in zijn ribben. De hals buigt naar een kant té makkelijk en naar de andere kant veel moeizamer. Maar om het been buigt hij twee kanten op te weinig. 

De verleiding is dan groot voor veel ruiters om te stoeien met de stugge kant van het paard of juist alleen maar op de fijne kant te rijden. Maar beide lost niet veel op.

Het paard moet eerst recht boven de grond in balans leren lopen. Daarvoor moet je als ruiter eerst recht boven de grond gaan zitten, want zolang je paard scheef is ligt het zadel ook scheef. Ga dus recht boven de grond zitten en probeer te voelen dat de heupen van je paard recht achter jouw heupen komen en de schouders van je paard recht voor jouw schouders. Dan de hals recht tussen de schouders en het hoofd weer recht daarvoor. Eerst moet je dit voor elkaar krijgen tot je voelt dat je paard aan twee handen en benen hetzelfde voelt en jij kunt ontspannen zonder dat je paard weer ‘omkiept’. Dan zul je merken dat je paard zich ook ontspant en meestal zelfs begint te proesten. Op dat moment kan hij ook pas goed voorwaarts zonder tempocontrole te verliezen, zowel naar voor als terug.

 

Natuurlijk is het belangrijk goed naar je paard te blijven kijken en luisteren. Misschien wilt je paard niet meer voorwaarts door een (verborgen) blessure. Laat bij twijfel je paard altijd nakijken door een goede dierenarts. Veel dingen gaan vaak ook samen zoals balans, ontspanning en impuls. Zorg dat je altijd goede hulp hebt zodat jij en je paard elkaar zo goed mogelijk leren begrijpen, dat maakt alles zoveel mooier! Veel succes en plezier!

Liefs, Solvej

5 Replies to “Het belang van voorwaartse drang!”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *