Het belang van voorwaartse drang!

Foto: Kimberly Duchateau Photography

Wat is er nou mooier dan een paard enthousiast door de wei te zien rennen? Van halt naar rengalop en -oké hier knijp ik mijn ogen soms wel even dicht- vlak voor het hek weer in stilstand. De staart in de lucht, neusgaten wijd open en oren gespitst. Een paard is gemaakt om te gáán! In de ‌Fair Play blog van deze week vertel ik waarom dat willen gaan zo belangrijk is, de Go!

Als je om je heen kijkt zie je heel veel paarden die zich inhouden tijdens het rijden, meestal doordat de ruiter hem dat (onbewust) heeft aangeleerd. Zonde want zo haal je niet alleen de expressie eruit maar zo wordt je paard ook stijf en ontstaan uiteindelijk blessures. Zie het als een machine waarvan de tandwieltjes steeds stroever gaan draaien, tot er echte blokkades ontstaan en het paard zelfs in verzet gaat omdat hij de vraag van de ruiter gewoonweg niet meer uit kán voeren.

Zolang als je blijft paardrijden, zolang blijf je er ook aan sleutelen om de drang naar voren zo goed mogelijk voor elkaar te krijgen én houden. Heel veel problemen ontstaan namelijk in te weinig balans en voorwaartse drang. De meeste paarden die in verzet gaan missen die drang naar voren, het willen gáán is eruit. Vaak doordat de ruiter teveel heeft ingewerkt met de hand(rem) maar ook soms door een blessure die niet direct opvalt, met een zeurende kniepijn bijvoorbeeld ga je niet direct mank lopen maar ook niet optimaal belasten.

De kunst is wel om het weer op te lossen. Zoek ten eerste goede hulp, je paard een keer preventief laten nakijken is altijd een goed plan. Maar het kan ook aan het rijden liggen. Hieronder geef ik een paar tips om een goed begin te maken.

Ontspan!

Wat direct opvalt is dat ruiters vaak harder zijn gaan werken dan hun paard en daardoor in een neerwaartse spiraal terecht zijn gekomen. De ruiter duwt dan vaak met het hele lijf mee om het paard in beweging te krijgen en houden. Dat voelt niet prettig, is niet zo mooi en het levert niks op. Krijg je na 2x geen reactie dan ook niet na 20x. Je vraag is niet duidelijk genoeg of het antwoord te matig. Hoe dan ook, je lost het alleen op door de hulp die je geeft duidelijker te maken en de reactie die je krijgt te vergroten, meer tips daarover kun je hier lezen!

Ontspan! Klemmen met je billen en (boven)benen en dus rijden met gespannen spieren zorgt ervoor dat de tandwieltjes van de romp niet meer kunnen draaien en de energie stopt achter het zadel. Het paard loopt dan meer achter je dan vóór je. De benen bewegen meer richting staart dan richting neus, vaak zie je dan ook dat het kruis omhoog komt in plaats van daalt. Blijf je er toch energie in stoppen dan lijkt het over de benen nog wel actief of zelfs spectaculair maar blokkeert het in het midden dan gaat die energie niet in de richting van de neus en kan de achterband niet zakken. Het kruis komt omhoog en de rug en schoft omlaag. Ik vergelijk het wel eens met een tube tandpasta waar je het laatste beetje uit probeert te duwen, knijp je de tube in de midden dicht dan kan die energie niet weg. Het moet richting dop kunnen en dan bepaal jij hoeveel eruit mag door te doseren.

Maar ja.. Hoe dan?

Het moeilijkste maar belangrijkste is om eerst zelf ontspannen en rustig te gaan zitten, werk altijd aan een onafhankelijke zit daar ben je nooit klaar mee. Je wilt één keer heel kort en zachtjes gas geven met je kuit zonder dat de rest van je lijf aanspant. Als je paard reageert ontspan je direct want hij moet leren dat hij op de “cruise control” vanzelf door gaat tot jij iets anders vraagt. Als je paard niet reageert herhaal je de tweede hulp dírect en duidelijk genoeg zodat hij wel aandacht en reactie geeft. Als hij reageert ga jij ontspannen met de beweging mee. Gewoon lekker zitten, dat is al moeilijk zat. Dat blijf je herhalen tot je paard heeft geleerd dat ontspanning betekent “Goed zo! Ga zo door!” zodat hij niet meer denkt “Als jij niks doet, dan doe ik ook niks!”.

Verbinding!

Je wilt aan twee teugels gelijke verbinding. Alsof je onderarmen en teugels van elastiek zijn. Is je paard scheef of uit balans dan heb je op één teugel meer druk dan op de ander en vaak kantelt het hoofd naar één kant (het ene oor is hoger dan het andere oor). Is je paard achter je been dan loopt hij ook achter of juist tegen te teugel. Het voelt niet meer als een fijn elastiek aan twee teugels maar als een touwtje die te strak of te los gespannen is, soms afwisselend strak/los. Maak contact op de te losse teugel en werk niet terug op de strakke teugel. 

 Zolang je paard te los of te sterk is, is je paard niet actief genoeg en uit balans en ga je eerst terug naar de reactie op je been en verbinding. Sleutel tot je voelt dat de oren op gelijke hoogte zijn en het neusje recht daaronder. Neem juist contact op de te losse teugel en vecht niet met de sterke teugel. 

Balans!

Het balans is heel belangrijk, misschien wel het belangrijkste. Zolang je paard niet rechtop loopt kan hij niet op de goede manier voorwaarts. Vaak zie ik paarden die met hun romp naar links of naar rechts hangen. De benen zwaaien dan de andere kant uit en je merkt dat zo’n paard ook niet goed kan buigen in zijn ribben. De hals buigt naar een kant té makkelijk en naar de andere kant veel moeizamer. Maar om het been buigt hij twee kanten op te weinig. 

De verleiding is dan groot om te stoeien met de stugge kant van het paard of juist alleen maar op de fijne kant te rijden. Maar beide lost niet veel op.

Het paard moet eerst recht boven de grond in balans leren lopen. Net als bij de teugels ga je ook hier contact zoeken met alles wat te los is. Ga daar zitten waar jouw paard jou niet wilt hebben. Wordt je naar rechtsvoor gedrukt dan ga je links achterin zitten. Leunt hij tegen je linkerbeen dan hou je juist je rechterbeen er goed aan. Uiteindelijk komt je paard in balans en krijgen jullie beide een meer ontspannen gevoel!

Goed gevoel!

Als je in het rijden het gevoel hebt dat je ontspannen mee kunt veren met de beweging, je paard jouw hand vertrouwt en opzoekt zonder het gewicht van zijn hals en hoofd in jouw handen te laten hangen en je gemakkelijk kan zitten en schakelen, dan gaat het goed! Gaat daar toch nog iets fout en je paard is gezond dan is dat stukje basis van balans en voorwaartse drang toch nog niet voor elkaar. Blijf daarop oefenen! Natuurlijk is het vooral heel belangrijk goed naar je paard te blijven kijken en luisteren. Misschien kan je paard niet meer door een (verborgen) blessure. Laat bij twijfel je paard altijd nakijken door een goede dierenarts.

Liefs, Solvej

5 Replies to “Het belang van voorwaartse drang!”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.